Lokale modellen

In Vlaanderen en Wallonië zijn veel modellen van klompen gemaakt, maar meestal dienen ze voor een bepaald beroep en worden ze zeer eenvoudig uitgevoerd zodat de kostprijs niet te hoog oploopt (koolmijnen, glasindustrie, metaalindustrie, …). Ze verschillen tevens volgens de ondergrond waarop ze moeten gedragen worden (dan is het hout dikker aan de zool of worden verschillende oplossingen gezocht om de slijtage te beperken). 

Als ze toch versierd worden is het enerzijds zwart schilderen om ze beter te beschermen (de techniek is dan tamponeren, anderzijds gerookt om ze sterker te maken. Zeer uitzonderlijk worden ze nog meer versierd, ofwel door snijwerk ofwel door schilderkunst, maar dan is het voor zondagse dracht, omdat de eigenaar wil laten kijken dat hij zich duurdere klompen kan veroorloven of zijn het kunststukjes om tentoon te stellen op bijvoorbeeld klompenbeurzen. In de klompenwand worden zo meerdere modellen van lokale versiering getoond. In Vlaanderen gaat het vooral om ingekerfde tekeningen (ritswerk) en vaak primitieve beschilderingen.

Soms zijn ze echter toch zeer aangenaam. Een bijzonder model is de smokkelklomp uit de dertiger jaren van vorige eeuw waarbij de zool en hiel omgekeerd gericht zijn om de douanier het verkeerde pad op te sturen. Andere smokkeltrukjes zijn zool en hiel verkleinen zodat de douanier denkt dat er kinderen gespeeld hebben. Soms wordt de hiel volledig uitgehaald om daar diamanten, goud of geld in te verstoppen. 

Klompenmodellen zijn eenvoudig tot geniaal.

Er zijn duizenden modellen van klompen gekend. Elke vakman heeft zijn eigen modellen. De modellen zijn vooral aangepast aan de plaatselijke noden. 

Alleen in het Waasland zijn zoveel klompenmakers actief dat ze klompen produceren voor uitvoer naar Nederland, Frankrijk, Duitsland en natuurlijk andere regio's in eigen land. 

Materiaal.

De meeste klompen zijn met de hand vervaardigd. Slechts gegoede klompenmakers kunnen zich machines kopen. Het allerbeste alaam wordt gemaakt te Sint-Niklaas, bij smederij Soetens. Kenmerkend is de letter "S" die in de messen gestanst is. De messen verschillen van streek tot streek.

Opvallend is dat een heulbank voorzien is voor een paar klompen, maar de meeste klompenmakers in het Waasland vervaardigen per klomp. De oude traditie om de heulbank te voorzien van plaats voor een paar klompen is gebleven. Men moet dus meer opspieën. In Nederland en Wallonië halen klompenmakers per paar uit. De diverse bewerkingen zijn elders te bezien.

 

namen voor klompen.

De benaming van klompen (kloef, kloon, blok, toon, enz.) is gekend. Maar ook zijn een hele reeks benamingen gekend van diverse modellen (zie elders). Elk model heeft zijn reden van bestaan en elke klompenmaker heeft zijn eigen manier van vervaardigen. Op die manier kunnen bekwame vaklui gescheiden worden van klungelaars. Sommige gemeenten zijn gekend voor het buitengewoon knappe vakmensen terwijl andere gemeenten bekend staan voor hun waardeloze productie. Vaak kost een goed paar het dubbele van de minderwaardige exemplaren. 

De oorlogen

Tijdens de twee wereldoorlogen komen er plots veel klompenmakers bij. Niet te verbazen: wie bomen wil hebben moet leveren aan de Duitse overheerser en klompen maken voor de lagers en de krijgsgevangenkampen. De controle is de kwaliteit is grotendeels afwezig, dus het steekt zo nauw niet. Nieuwe gelegenheidsklompenmakers (om niet als weggevoerde te moeten gaan werken in Duitsland), prutsen maar aan. Na de oorlog vertellen ze dat ze eigenlijk de Duitsers wilden boycotten en daarom prutsten. Maar de werkelijke reden is dat ze geen volwaardige klompenmakers waren. Och arme die weggevoerden en krijgsgevangenen die dergelijke klompen kregen toegewezen ...

Veel misverstanden over de klompendracht.

Per regio zijn er andere gewoonten. In West-Vlaanderen dragen meestal zowel mannen als vrouwen lage klompen. Elders dragen ze allemaal hoge klompen. Maar meestal zijn het hoge klompen voor de mannen en iets meer versierde klompen (schilderwerk of ritsen = kerven in het hout) voor de vrouwen. De gewoonten kunnen per aanliggend dorp al verschillen.

Klompen worden ingedeeld in hoge, halfhoge en lage klompen. De maten gaan van tweelingen voor kinderen (en nog andere benamingen) tot vrouwenklompen en mansklompen. Uiteraard, hoe groter hoe meer ze kosten. 

Er zijn vele soorten van klompen en net als bij het alaam zijn er veel regionale benamingen. Meest bekende klompen zijn de roosjes, de astridjes, de Lierse Trip, de Snoekebek, het Klings model, de vissersklomp, de veenklomp, enz. Alleen al uit de benaming blijkt vaak het toepassingsgebied. In de klompenwand in het GrensCentrum KLINGSPOOR zijn nog veel meer benamingen terug te vinden.

-- Klings model ---

--- De klinge Lydia ---

--- België Charles Rodrigus ---

--- België De wert ---

--- Smokkelklomp ---